Zomer

onder een wegebbende donder

dwalen we in blauw; heen

en weer in zilt

zand zacht schurend op ons huid


we vleien ons in deining

de drift gestild

in mij, in jou; verstomd

we graven een kuil

voordat de zee weer komt


0 views

Recent Posts

See All

hoe kan heet zo heet zijn als er geen vuur is als de zon niet schijnt uit de kraan koud water stroomt en de kachel uit staat er brandt niks niks dat mij opwarmt en toch; hitte niks dan hitte ik gloei,

geen ruimte aanwezig te zijn geen plaats te bestaan een mier, een vlo, een microop nemen immense vormen aan geen lucht om te ademen geen lust om te roeren elke zucht, bries, trilling is te veel onzich

we slaan elkaars hersens in beschaving is absent we schreeuwen waanzin elk recht afgewend wat is er gaande? leiders zonder leidraad brandhaarden stapelen zich op we zijn de draad kwijt de gekte ten to