top of page

De pijn, de pijn, implosie in mijn buik.

Geen komen en gaan, maar een weeënstorm.

Mijn handen omklemmen de spijlen van het bed.

Gesloten ogen, geen notie van mijn omgeving.

Alleen ik, in mijn hoofd.

Kan de woorden niet meer vinden.

"Ik wil... Ik wil..." Het enige wat ik zeggen kan.

Ik wil weten hoever ik ben.

De pijn, de pijn, ik kan niet meer.

Ik keer me om, op handen en knieën.

Plop.

Ik voel drang. Persen, persen, ik moet persen.

Mag niet, moet wachten op de gynaecoloog.

Hoe lang nog, hoe lang nog.

Ja, ik mag persen.

Branden, branden, het brandt.

Nu moet het komen, anders: knip.

Nee, geen knip.

Persen, persen, hard persen.


Ja, daar is ze. Direct op mijn buik. "Oh, wat voel je lekker."

Ik kan weer praten.

"Oh, wat voel je lekker. Oh, wat voel je lekker."

het zijn van die dingen

als je dingetjes moet dingesen

het is

hoe zal ik het zeggen

dinges

als ik zeg

dat het een ding is

kom mee, gaan we klimmen

schommelen en glijden

vliegen en zwaaien

springen en draaien


en in de zandbak graven we een kuil

zo diep als ik

en aan de kant scheppen we een berg

zo hoog als jij


we rollen door gras en water

en met al ons geschater

is het zo drie uur later


kom, laten we weer naar huis gaan

spelen in bad

en dan wippen

want dat hadden we nog niet gedaan


bottom of page