Ruilenzullen we ruilenen mag ik dan huilenom wie ik wastranen in een plasmet veel geluidtot ik duidik wil weer terugen vlugzijn wie ik benzoals ik me kenzonder rouwomdat ik van mezelf hou
Bloedde rivieren op mijn huidkronkelen ongepastbuiten hun oeversoverbelastde stromende cellenwanen zich heer des meestersals ware het een homerisch feestdaar onder mijn vleesik waarschuw jullieik snijd jullie openlaat al dat rood lopenkoelbloedig en onbevreesd
Kleurachter het donkerzit zoveel lichtonzichtbaar in mijn gezichtblauwe randen, rode stippenhoe kan het andersdan dat ik me verschuil met dichte lippen