Huidhonger

Er zijn woorden die pas bestaansrecht krijgen op het moment dat het zich manifesteert en er een maatschappelijk probleem aan vast hangt. Niemand had er ooit van gehoord, maar opeens is het er. Zo’n woord is huidhonger. Corona bracht de relevantie.


Het is geen honger naar huid, maar honger van de huid. De wens om aangeraakt te worden. Dat schijnt een basisbehoefte van de mens te zijn. Op het moment dat je langdurig geen huidcontact maakt, ontwikkel je een intens verlangen naar fysieke aanraking.


Hoe voelt dat, huidhonger? Het schijnt dat het zich niet zozeer lichamelijk uit, zoals een droge mond bij dorst, maar dat het uitblijven van fysiek contact vooral een psychisch effect heeft. Je wordt neerslachtig, somber of zelfs depressief.


Het woord heeft iets melancholisch; een blijk van affectie die je niet ontvangt, een verlangen die niet bevredigd wordt, zoiets als een heimelijke liefde die je nooit zult bereiken. Daarmee heeft huidhonger ook iets moois. Als je er last van hebt, betekent dat dat je ontvankelijk bent voor liefde. Je gaat er niet van dood, maar het smachten, de begeerte of behoefte heeft een licht dramatische weerklank.


Hoe zou die eerste aanraking voelen, als die honger plots wordt gestild? Ben je dan in 1 klap van je lijden verlost? Is een aai over je bol voldoende of moet het dan echt een stevige knuffel zijn om die hunkering te laten verdwijnen? En hoe lang moet die knuffel dan duren? Is tien seconden voldoende of moet het een paar minuten duren? En wanneer komt die honger weer terug? Kun je op 1 aanraking weer maanden voort of komt de honger snel terug als het weer uitblijft?


Ik zou haast het experiment aangaan; mij onttrekken van elk fysiek contact en kijken wat het met me doet. Maar vooral ervaren om na een lange tijd onthouding weer fysiek contact te hebben, zoals weer eten na een periode van vasten. Dat moet bijzonder zijn en een extra waardering oproepen wat je normaal gesproken voor vanzelfsprekend houdt.

4 views

Recent Posts

See All

Onbegrip

Met alle woorden voorhanden rennen we radeloos door witregels springen over scherpe punten en ontwijken uitroeptekens Blanco bladzijdes vullen stapels brieven wachten in ongeopende enveloppen met een

Pronkstuk

Ik klei je zacht en stevig tot een sculptuur statig en gewillig het maakt niet uit wat je zegt ik vorm je als een mot boven een vlam weerloos voor het vuur vlam je en val je in mijn handen uiteen en i

Que sera

Hij neemt mijn hand en ik dans Hij pakt mijn haar het is lang Hij zegt: jij bent het voor mij en ik doe het voor hem en ik doe het voor mij Hij neemt me mee in mijn trouwjurk Hij brengt me naar huis e