Welke woorden geef jij mij

de minuten, uren, dagen

welke zinnen, welke letters

de weken, maanden, kwartalen

welke verhalen

over 365 ochtenden, middagen, avonden

wat heb jij overnacht over mij bedacht

met scherp gezette pennenstreken

of in zachte potloodschetsen

alleen zo

wil ik gelezen worden

alleen zo

wil ik beschreven worden


Is er een horizon

een grens, een bestemming

waar wat begon

ook weer eindigt

nu we weten hoe het moet

hebben we een geheim te delen

in de tuin van existentie

leven alleen onze vooroordelen

we zaaien als levenslange leken

de zaden die we vrezen

oogsten te vroeg

met onvolgroeide gebreken

in de kiem afgewezen

aarden we zonder bestemming

in vruchteloos grond

zien ons demarcatiepunt

daar waar het begon

en ook weer eindigt

Ik word maar niet gevonden

door die ene

en ook niet door die andere trouwens

ik denk dat ik doorschijn

mijn jurk, mijn ondergoed, mijn lijf

je loopt dwars door mij heen joh

en al zou ik de attentie willen

van die ene

of van die andere wat dat betreft

ik heb geen stem

ben zo stom als een muis zonder stembanden

verstopt in een doos

begraven in de grond

tien meter diep

wie hoort nou zo’n klein, grijs plaagdier

of vindt mij wat dat betreft

niet die ene in ieder geval

en die andere trouwens ook niet